Tijdens de inauguratie van de nieuwe Meesters spraken we met Nick van Doorn, Hans-Peter Winter en Bas Gommans. Drie ambachtsmensen, elk met een eigen verhaal, eigen uitdagingen en een eigen pad naar het Meesterschap. Wat hen verbindt? Een ongekende toewijding aan het vak én de wil om de volgende generatie te inspireren.
Nick van Doorn: meesterschap met betekenis
Voor Nick van Doorn, nu Meester Patissier en eigenaar van Linnick in Amsterdam, stond het Meesterschap vooral in het teken van persoonlijke groei en inspiratie. Hij combineerde het intensieve traject met de dagelijkse leiding over zijn zaak én zijn werk als opleider: “Het was pittig, maar ook iets wat je voor jezelf doet. Een heel persoonlijk streven,” vertelt hij.
Wat hem het meest bijbleef, was het emotionele moment waarop hij zijn showtafel toelichtte. Elk product was opgedragen aan een familielid of leermeester; een ode aan de mensen die hem gevormd hebben.
Tegelijkertijd is zijn blik ook altijd op de toekomst gericht: “Sinds mijn 21ste ben ik al leermeester. Ik heb misschien al duizend kinderen mogen begeleiden. Dat blijf ik doen, het is mijn grootste drijfveer.” Zijn boodschap aan jonge vakmensen is duidelijk: zet door, bijt je vast en durf te leren.
Hans-Peter Winter: de kracht van terugkomen
Hans-Peter Winter maakte al eerder een poging om Meester Patissier te worden, maar miste toen de benodigde voorbereidingstijd. Wat volgde was geen opgave, maar een belofte: “Ik zei diezelfde avond nog: ik sta hier over drie jaar weer.”
En zo geschiedde. Drie jaar later stond hij zelfverzekerd en tot in de puntjes voorbereid aan de start van zijn meesterproef. Zelfs technische uitdagingen, zoals het werken met suikerwerk voor zijn showstuk, hielden hem niet tegen. De titel betekent veel voor hem, ook na ruim 40 jaar in het vak: “Ik had niet verwacht dat ik nog zóveel zou leren. Je komt jezelf echt tegen in dit traject. Het is een proces van persoonlijke verdieping.”
Nu hij Meester is, wil Hans-Peter zijn rol gebruiken om het vak positief uit te dragen, vooral richting jongeren. Zijn motto: “De jeugd heeft de toekomst, En ik wil ze graag helpen waar ik kan om het vak uit te dragen.”
Bas Gommans: “Ook de boerenbakker kan het”
Bas Gommans, Meester Boulanger en eigenaar van drie winkels in Noord-Limburg, liet met zijn verhaal zien dat meesterschap niet enkel voorbehouden is aan adviseurs of wedstrijdtoppers: “Ik wilde bewijzen dat ook de boerenbakker uit Sevenum het kan.”
De weg ernaartoe was zwaar. Bas kampte met fysieke klachten en beleefde een emotioneel dieptepunt toen zijn eerste deeg mislukte. Maar opgeven? Geen optie. Een gesprek met de jury gaf hem de mentale omslag die hij nodig had. De dag erna liep als een trein: “Als het afkomt, ga ik het niet meer uit handen geven,” zei hij vastberaden toen hij terugblikte op het proces.
Bas is trots op zijn jonge team van gemiddeld 26 jaar oud en zijn rol in het onderwijs. Hij geeft gastlessen, examineert, jureert en blijft investeren in vakonderwijs: “Ik wil nog meer op die scholen laten zien wat een fantastisch vak wij hebben.” Zijn boodschap aan jonge bakkers: blijf vragen, blijf leren, en deel je kennis. Alleen zo houden we het vak sterk.
Eén titel, drie verhalen, één gedeelde visie
De verhalen van Nick, Hans-Peter en Bas tonen aan dat meesterschap meer is dan techniek. Het is ook karakter, visie en de wil om iets blijvends bij te dragen aan de branche. Elk op hun eigen manier geven zij betekenis aan het vak; door over te dragen, te inspireren en te blijven leren. Hun meesterschap is daarmee niet alleen een persoonlijke bekroning, maar ook een belofte aan de toekomst van het ambacht.




